LogoKDoc

  • fotokl1
  • Oefentherapie-491kl
  • Oefentherapie-377kl

Kinderoefentherapie

De meeste kinderen bewegen van nature veel en graag. Ze grijpen, kruipen, rennen, klimmen, voetballen, fietsen, knutselen en schrijven. Bewegen is niet aan leeftijd gebonden en is behalve leuk en gezond vooral ook heel nuttig. Spelenderwijs oefenen kinderen hun spieren, zintuigen en motoriek. Ongemerkt leren ze zo de vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig hebben. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Meestal gaat dat goed, maar door verschillende factoren is het mogelijk dat een kind niet de motorische ontwikkeling doorloopt zoals je dat zou willen zien. Dit kan resulteren in een onhandige motoriek of een achterstand in de motorische ontwikkeling. Ook zijn er kinderen waarbij de motorische ontwikkeling niet vanzelfsprekend verloopt, omdat er bijvoorbeeld een beperking is van de zintuigen, het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat. Een kind met een motorische ontwikkelingsachterstand heeft extra zorg en aandacht nodig.

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de oefentherapie Cesar. Deze behandelmethode is gericht op het verbeteren van de motoriek van kinderen. Belangrijk hierbij is dat het spelenderwijs gebeurt zodat het kind er plezier aan beleeft. 

Een kinderoefentherapeut werkt met kinderen met motorische problemen en/of stoornissen. Dat zijn kinderen die problemen hebben met alles wat met de motoriek samenhangt: moeite met rennen, springen, ballen, zwemmen, schrijven, knutselen, etc. Dit zijn belangrijke vaardigheden voor een kind en maken een essentieel onderdeel uit van zijn totale ontwikkeling. Soms gaan deze motorische problemen samen met diagnoses als ADHD, PDD-NOS, NLD en dyslexie. Soms is de diagnose DCD gesteld, maar vaak ook is er geen duidelijk aanwijsbare oorzaak van de motorische achterstand.

Onderzoek

Als een kind aangemeld wordt, wordt er een uitgebreid motorisch onderzoek gedaan om een goed beeld te krijgen van het kind en zijn motoriek. De onderdelen van de motoriek die aan bod komen zijn: evenwicht, grove motoriek, fijne motoriek, oog-handcoördinatie, schrijven, lichaamsschema, ruimtelijke oriëntatie en houding. Tijdens deze test wordt ook een eerste indruk gekregen van het gedrag van het kind.

Factoren als concentratie, impulsiviteit, faalangst, en de leerstrategie worden geobserveerd. Op deze manier ontstaat er een totaalplaatje van het kind: wat zijn de mogelijkheden en waar liggen de problemen. De resultaten, behandeldoelen en behandelplan worden weergegeven in een verslag en dit wordt besproken met ouders/verzorgers.

Behandeling

Voorop staat dat het kind plezier beleeft tijdens de behandelingen en zich spelenderwijs de vaardigheden eigen maakt. Er wordt gestart vanuit de mogelijkheden van het kind, zodat er positieve ervaringen opgedaan kunnen worden. Er wordt gewerkt aan zowel voorwaarden voor de motoriek als motorische vaardigheden. De aanpak wordt zoveel mogelijk aangesloten op de belevingswereld en interesse van het kind. Uitdagen en ondersteunen zijn daarbij de sleutelwoorden. Wanneer het motorisch functioneren beter gaat en het zelfvertrouwen groeit, is te zien dat het kind het geleerde uit zichzelf gaat toepassen: meer met andere kinderen gaat spelen, meer in de gymles durft en kan en meer plezier en mogelijkheden krijgt bij het bewegen.
Tijdens de periode van behandelen is er contact met ouders, verzorgers en eventueel met leerkrachten over de vorderingen en over evt. begeleiding thuis of in de klas

Welke kinderen kunnen baat hebben bij behandeling met kinderoefentherapie?

Motorische problemen zijn te herkennen aan:

  • Het bewegen is houterig en stijf

  • Motorische vaardigheden als springen, hinkelen, zwemmen, fietsen etc worden niet voldoende beheerst.

  • Moeite met het evenwicht: deze kinderen vallen veel of hebben moeite met stilstaan

  • Moeite met de balvaardigheid

  • Moeite met de fijne motoriek, waaronder het schrijven en de oogbewegingen. De kleine bewegingen van de handen en vingers kosten moeite, zodat knutselen een probleem kan zijn.

  • Schrijven valt dan op doordat het veel inzet vraagt, het handschrift hoekig is, lijngebruik zwak, onregelmatige lettergrootte, verkeerde pengreep, gespannen en schokkerig bewegen.

  • De oogbewegingen kunnen moeite kosten, wat tot uiting kan komen bij het lezen: verkeerde regel of woord lezen, letters overslaan.

  • Onhandigheid: een kind stoot dingen om, laat dingen uit zijn handen vallen of botst ongewild tegen andere kinderen aan.

  • Motorische onrust: het kind is veel in beweging. Er is moeite met stilzitten en de concentratie

  • Bewegingsarmoede: een kind beweegt niet of nauwelijks. Vaak gaat dit ook gepaard met angst voor bewegen.

  • Moeite met de ruimtelijke oriëntatie: er kan moeite zijn met de ruimtelijke begrippen bij opdrachten. Of er is moeite met aanleren van het schrijven letters.

  • Te heftig of te weinig reageren op prikkels: dit kan tot uiting komen in te veel bewegen of juist angst om te bewegen, alles moeten aanraken of juist bang zijn dingen aan te raken of aangeraakt te worden. Soms “dweilen” deze kinderen over de grond. Dit te heftig of te weinig reageren op prikkels leidt meestal tot motorische problemen zoals hierboven beschreven.